Friesch Dagblad 31 januari 2006
Boekje bij 25-jarig bestaan van stichting Exodus
De weg terug na een celstraf
Leeuwarden – Na jaren gevangenschap is het niet eenvoudig om terug te
keren in de maatschappij. De christelijke stichting Exodus wil
ex-gedetineerden helpen bij hun ‘weg terug’. Bij het 25-jarig bestaan van
de stichting, dat in november gevierd is, verscheen een boekje met
verhalen van betrokkenen.
Het jubileumboekje van Exodus draagt als titel De vier sleutels ,
verwijzend naar de kernwoorden waarmee de stichting werkt: wonen, werken,
relaties, zingeving. Dat zijn de vier gebieden waarop ex-gedetineerden
opnieuw moeten ‘inburgeren’ als hun straf erop zit.
Auteur Cornelie van Well heeft in het boek verhalen verzameld van
(oud-)bewoners, buren en medewerkers van de Exodushuizen. Van Well heeft
een praktijk voor levensvragen en werkt als geestelijk verzorger in een
verzorgingshuis. Zij hoorde voor het eerst van de stichting naar
aanleiding van de vrijlating van twee Nederlanders uit een Thaise
gevangenis, in januari 2004.
Een nadere kennismaking met Exodus maakte een ‘diepe indruk’ op haar,
schrijft ze in het voorwoord. Haar onderzoek mag weliswaar niet
representatief zijn, maar Van Well heeft na het spreken van de vele
betrokkenen de indruk dat de begrippen schuld en schuldbesef te weinig
aandacht krijgen tijdens de detentie. Een (wel representatief) onderzoek,
dat zij aanhaalt, heeft aangetoond dat zelfs de geestelijke verzorgers te
weinig aandacht aan de ‘schuldvraag’ besteden in hun gesprekken met
gedetineerden, terwijl zij wel bij uitstek degenen zijn die het gesprek
hierover met gedetineerden zouden moeten aandurven. Ook waarden en normen
verdienen volgens Van Well in die gesprekken meer aandacht.
Intake
De stichting Exodus vangt gedetineerden op in tien zelfstandige huizen,
verspreid over het land. De huizen verschillen in grootte; ze kunnen
tussen de vijf en zeventien bewoners bergen. Jaarlijks ‘passeren’ zo meer
dan driehonderd ex-gedetineerden de Exodushuizen. Het reclasseringstraject
duurt acht maanden. De ex-gevangenen komen overigens niet ‘zomaar’ binnen:
wie via een opvanghuis terug wil naar de samenleving moet zijn
levensverhaal opschrijven en een motivatiebrief schrijven. Dan komt er een
intakegesprek, en wie ‘aangenomen’ wordt moet zich vervolgens aan
behoorlijk strenge regels en afspraken houden: geen alcohol, geen drugs,
halftwaalf thuis en verplichte deelname aan activiteiten.
,,Het is een fijn gevoel dat ik straks niet op straat sta als ik vrij
kom. Ik ben ontzettend gemotiveerd om iets van mijn leven te maken. Maar
ik wil niet te kwetsbaar zijn, ik heb nog steeds weinig vertrouwen in
mensen’’, zegt John B., een gedetineerde die op het punt staat naar een
Exodushuis te gaan. Hij hoopt dat de mensen daar hem kunnen helpen om zijn
droom waar te maken: ,,die droom is dat ik over een jaar getrouwd ben met
mijn huidige vriendin en een baan en een huisje heb.’’
Van Well sprak ook met een buurvrouw van een Exodushuis. Zij en haar
man kregen kinderen in de tijd dat ze naast het huis wonen. Afgezien van
wat al te harde ruzies nu en dan hebben ze geen overlast van de
ex-gedetineerden, maar ze zijn zich wel bewust van hun kwetsbare positie.
De buurvrouw, werkzaam in de zorgsector: ,,In de hulpverlening heb ik veel
gevallen van seksueel misbruik meegemaakt, waardoor ik er misschien banger
voor ben dan anderen. Maar ik weet dat het een van de ernstigste dingen is
die mijn kinderen zouden kunnen overkomen.’’ Navraag bij Exodus leert
echter dat de zedendelinquenten zich vrijwel nooit aanmelden voor een
Exodushuis. ‘De psychiatrische component is vaak te groot bij deze groep
(ex-)gedetineerden’, hoort Van Well van de stichting. Bovendien wordt bij
de intake beoordeeld of een ex-gedetineerde ‘het verblijf aankan’.
Moeilijk
Medewerkster Liesbeth vertelt in het boek dat ze zich in het Exodushuis
,,ontzettend’’ op haar plek voelt. Desondanks zijn er wel moeilijke
momenten. Zij heeft bijvoorbeeld meegemaakt dat een zedendelinquent – wél
door de intake gekomen dus – in het opvanghuis terugviel in zijn oude
gedrag. Hij moest daarop terug naar de gevangenis. Voor de medewerkers van
Exodus zijn zulke ervaringen de moeilijkste, vertelt de medewerkster.
,,Na zo’n ervaring voel je je behoorlijk hulpeloos. Maar in ons team
kunnen we daar alles over kwijt.’’ Ondertussen heeft ze grote bewondering
voor mensen die het wél volhouden en goed doen in een Exodushuis. ,,Als je
niet heel gemotiveerd bent en je doel voor ogen houdt, kun je het
behoorlijk zwaar hebben in een Exodushuis. Ik vind het knap als mensen het
programma acht maanden volhouden, want er is veel stress vanwege de
regels. Je wordt continu op je vingers gekeken. Je moet altijd
verantwoorden wat je doet en waarom.’’
Discipline
Ex-gedetineerde Roy (29) vertelt in het boek dat hij veel baat heeft
gehad bij zijn verblijf in het Exodushuis, maar er toch nog regelmatig
terugkomt omdat hij de contacten niet kan missen. ,,Wat in dat huis vooral
belangrijk voor me was, was dat ik weer regelmaat en discipline kreeg. Ik
had gewoon structuur nodig, vaste tijden om te eten, opstaan en naar bed
gaan. Ik leerde daar verantwoordelijk te zijn voor mijn geld en voor de
dingen die ik deed. Ik werd er behoorlijk door met mijzelf geconfronteerd
en kreeg figuurlijk een schop onder mijn kont. (…)
Het luie, verwende jongetje is nog niet helemaal weg, maar ik ging naar
Exodus om een man te worden en dat is bijna gelukt.’’
N.a.v.: Cornelie van Well, ‘De vier sleutels’, Tijdstroom Uitgeverij
Utrecht. 121 blz; prijs: 18,00 euro.
BERBER BIJMA
naar boven
|