Algemeen Dagblad: recensie en interview Dr. Sakkers
Geplaatst op 18 mei 2001
Als een volwassen man kleiner blijft dan 151 centimeter en een volwassen vrouw
kleiner dan 145 centimeter, is er zeker sprake van een kleine gestalte. In
Nederland leven 2000 extreem kleine mensen, van wie 1400 met achondroplasie,
een erfelijke stoornis in de ontwikkeling van het kraakbeen. Hoe gaan zij met
hun handicap om?
Leven met groeistoornis
Door Anna Paans
LISKE IS NET 18 jaar. Na haar eindexamen mavo wil ze Paardenhouderij en
Management gaan studeren. Haar plan is om een eigen bedrijf op te zetten als
paardenhandelaar of een manege te beginnen. Voor iemand die 125 centimeter lang
is, een bijzondere uitdaging. Administratief werk zou makkelijker voor haar
zijn. Maar ze heeft andere idealen: alles doen wat een extreem klein mens niet
zou doen.
De meest voorkomende 1 botgroeistoornis is achondroplasie (letterlijk: geen
kraakbeenvorming). Zo'n 1400 mensen in Nederland lijden daaraan. Over hen is
onlangs het boek 'Kort maar krachtig' verschenen. In 20 interviews schetst de
schrijfster Comelie van Well hun levens, die van hun ouders en de ervaringen
van leerkrachten, begeleiders en specialisten. Er komen onderwerpen aan de orde
als:
Hulp
Isabelle is zeven jaar en 105 centimeter lang. Haar moeder bekent dat ze er nog
steeds problemen mee heeft dat Isabelle klein blijft. Ze heeft daarvoor hulp
gezocht bij een psycholoog van het revalidatiecentrum. Toen Isabelle op school
kwam, begon in alle klassen een project over handicaps en daarin is ook
achondroplasie meegenomen. Iedereen weet dus wat Isabelle heeft. Joliene, II
jaar en Il8 centimeter, had zelf problemen met het accepteren van haar
klein-zijn. Het gezin heeft een kortdurende therapie gehad en Joliene wordt nu
begeleid door een ambulante hulpverlener van de stichting Gewoon Anders.
Aanpassingen
Een leerkracht van groep drie en vier op een basisschool vertelt dat de ouders
van Tessa de aanschaf van twee tripp-trapp-stoelen verzorgden, omdat op school
gebruik wordt gemaakt van twee lokalen. Zo hoeft er niet te worden gesleept. In
de klas zijn ook opstapjes bij de kasten en de wastafel, evenals bij het
toilet.
Een buggy zorgt voor het vervoer naar de gymzaal, 500 meter van de school.
Daarvan werd ook gebruikgemaakt tijdens het jaarlijkse schoolkamp. Deze
leerkracht adviseert een standaard briefje mee te geven voor de zwemleraar,
aangezien er vaak van zwemleraar wordt gewisseld.
Bij Joliene thuis zijn de aanpassingen: trekschakelaars, een speciale wc, een
speciaal bureau, stangen aan de deurknoppen, een speciale douchestang die
omhoog en omlaag kan, een lagere trapleuning en een elektrisch verstelbare
wastafel. De ouders van Christian, 17 en een lengte van 125 centimeter, hebben
in huis zo weinig mogelijk aanpassingen gedaan. Ze vinden dat Christian zich
overal thuis moet kunnen voelen. Hij lost het hoogteverschil op met een krukje
dat hij overal mee naar toe kan nemen.
Carrière
Gerard, 19 en een lengte van !43 centimeter, wil na zijn eindexamen
elektrotechniek gaan studeren. Als hij een normale lengte had gehad, zou hij
bij de brandweer zijn gegaan. Net als zijn vader.
Hij probeert nu iets in die richting te vinden, bijvoorbeeld brandpreventie.
Beenverlenging
Michiel, 25 en een lengte van 154 centimeter, kreeg zijn eerste beenverlenging,
toen hij 18 was. Eerst werd begonnen met de beide onderbenen vijf en een halve
centimeter te verlengen. Daarna de bovenbenen. Toen weer de onderbenen en
vervolgens opnieuw de bovenbenen.
Nog steeds worden er opmerkingen op straat gemaakt. Toch valt hij minder uit de
toon dan voor de operatie (zijn lengte was 132 centimeter). Vroeger moest hij
altijd zijn hoofd in zijn nekleggen, als hij met iemand wilde praten.
De eerste keer dat hij weer in de winkelstraat liep, merkte hij opeens dat hij
gezichten zag. Niet alleen maar lijven, buiken of billen. Het effect van zijn
beenverlenging is ook dat hij minder last heeft van pijn in zijn rug, heupen,
knieën en enkels. Tot slot wordt uitgebreid ingegaan op het onderwerp
'nakomelingschap'. De kardinale vraag: 'Mag ik een kind op de wereld zetten dat
(waarschijnlijk) dezelfde afwijking heeft als ik?' is een vraag die iedere
betrokkene weer anders beantwoordt.
Niet alleen een lengteprobleem
DR. R. J. SAKKERS, orthopedisch chirurg, is de initiatiefnemer en coördinator
van het maandelijks spreekuur van het Skeletdysplasie Behandelteam in het
Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht. Het team bestaat uit een orthopeed, een
revalidatiearts, een kinderfysiotherapeut, een kinderarts en een klinisch
geneticus. Daarnaast zijn er consulenten, zoals een oogarts, KNO-arts en
neuroloog bij het team betrokken. Ouders worden nu niet meer van de een naar de
ander gestuurd.
Tijdens het spreekuur kunnen alle problemen aan de orde komen. Sakkers: "Voor
dit soort relatief zeldzame aandoeningen is het beter dat er in één centrum 50
patiënten per jaar worden gezien dan in tien centra vijf patiënten per jaar.
Van elk probleem moet je expertise opbouwen. Hoe meer patiënten er in een
bepaalde kliniek gezien worden, hoe meer de expertise zal groeien."
Waarmee krijgen de specialisten die kinderen met dwerggroei behandelen,
doorgaans te maken?
Sakkers: "Er is bijvoorbeeld een KNO.arts nodig vanwege een afwijkende bouw van
de gehoorgangen, of een kinderarts vanwege problemen aan hart of longen. Dit is
afhankelijk van welk type dwerggroei het kind heeft. Staan, zitten en lopen
leren de meeste kinderen op andere tijdstippen dan een kind met normale
lichaamsproporties. De kinderfysiotherapeut begeleidt de ouders hierbij en
geeft aan hoe zij hun kind het beste kunnen hanteren, wat soms moeilijker is
gezien het vaak relatief zware hoofd bij deze kinderen. "De revalidatiearts
zorgt voor integratie in de maatschappij. Hij kan adviseren hoe iemand zo goed
mogelijk met het lichaam dat hij heeft, kan leven en weet ook welke
hulpmiddelen en maatschappelijke voorzieningen mogelijk zijn. Daarbij schakelt
hij vaak de ergotherapeut in."
De klinisch geneticus stelt niet alleen de diagnose zeker, maar kan ook veel
vertellen over zaken als erfelijkheid: wat betekent dwerggroei voor de familie,
voor het nageslacht?
Als orthopedisch chirurg heeft Sakkers te maken met problemen aan de rug en
problemen aan de ledematen. "Een deel heeft groeistoornissen in de rug, een
deel ook niet. Sommige kinderen hebben rechte benen, sommigen heel kromme." Het
rechtzetten van kromme benen noemt hij 'gewoon timmermanswerk'. De vaak slappe
kniebanden en al aanwezige groeistoornissen kunnen na de operatie nog steeds
tot extra moeilijkheden leiden. Beenverlenging volgens de zogeheten
Ilizarov-methode wordt in Nederland sinds eind jaren 70 toegepast, maar in
Rusland was men er al mee bezig in 1940. De prijs voor een beenverlenging is
een toch pijnlijke operatie met een langdurige nabehandeling en revalidatie.
Sakkers: "Je kunt de benen zo ver verlengen als de rek van de spieren, zenuwen
en bloedvaten het toelaten." Zijn persoonlijke ervaring is dat erin ons land
niet veel vraag is naar beenverlenging met "alleen als doel het langer worden.
" Toch zijn er soms mensen op ons spreekuur uit andere landen die aangeven dat
zij een iets andere beleving van hun problemen hebben. Daarmee hebben wij
rekening te houden. De technische mogelijkheden zijn maar een klein gedeelte
van het leveren van zorg. Die moet op maat worden gesneden."
Verder is er de psycholoog waarop een beroep kan worden gedaan. Volgens Sakkers
heeft men zijn meestal niet nodig, omdat de meeste ouders hun weg prima weten
te vinden. "Sommige kinderen kunnen echter erg gebaat zijn bij
weerbaarheidstraining in bepaalde levensfasen. De bewustwording van het
anderszijn lijkt tussen het vijfde en tiende levensjaar te liggen. Dan komen er
niet alleen vragen van het kind zelf, maar ook van de omgeving. Een heel goede
oplossing voor het pesten van het kind met dwerggroei kan het houden van een
spreekbeurt over het onderwerp zijn."
lees andere berichten in de pers
naar boven
|