Recensie Ypsilon Nieuws
oktober 2003
"Dit boek hoort in de broekzak van elke hulpverlener"
In een tijd dat de diagnose schizofrenie in het forum van de psychiaters weer
eens ter discussie staat, publiceert de schrijfster Cornelie van Well een
boekje vol verhalen rond deze ziekte. Vijftien verhalen van levens die met
schizofrenie werden geconfronteerd. Voor alle verhalen geldt de benaming
‘diagnose schizofrenie’ als gemeenschappelijke noemer. De vaak onbegrijpelijke
gedragingen van partner, kind, broer of zus zijn symptomen van een ziekte, niet
van persoonlijke onwil of kwaadaardigheid. Zolang de heren en dames psychiaters
geen betere naam hebben zullen we het ermee moeten doen.
Twee Ypsilonners zijn me met lezen voor geweest. Oud-voorzitter Grietje Santing
was enthousiast: “al ken ik er zo honderden, deze verhalen heb ik toch weer in
één adem uitgelezen” Ypsilon directeur Bert Stavenuiter, van huis uit
journalist, schreef het voorwoord. Ook hij was vol lof. Op één punt wil ik hem
aanvullen. Hij schrijft dat “het geen toeval is dat ouders een zwaarder verhaal
vertellen dan partners en broers of zussen”, en gaat ervan uit dat dat te maken
heeft met generatieverschillen. Ik denk dat generatieverschil maar één van de
redenen is. Uit mijn ervaring, opgedaan in gespreksgroepen, weet ik dat het ook
een punt van loyaliteit, van houden van ondanks alles, maar ook van angst voor
repercussies kan zijn. Zoals ik in mijn artikel ‘Geweld in het gezin’ (zie pag.
12, red.) schrijf, kan angst voor de gevolgen een goede reden zijn om de
waarheid achter te houden.
Met een plof op de harde grond
Uit een paar verhalen herken ik de gebeurtenissen. Uit een verhaal herken ik
zelfs een advies dat ik een paar jaar geleden telefonisch aan een jonge vrouw
heb gegeven. Niet het advies dat ze had willen horen. Niet het advies dat ik
graag had willen geven. Zij moest ervan huilen en ik zat met een dikke keel. Ik
vond haar zo bloedjong, veel te jong om nu al de keuze te maken voor een
partner met zulke zware psychiatrische problemen. Zo’n jonge meid met een heel
leven nog voor zich, ook met een kinderwens. Met een hoofd vol jeugdig
idealisme zweefde ze naar mijn indruk hoog boven in de wolken. Ik ging aan haar
benen hangen met mijn adviezen en zette haar met een plof op de harde grond van
de realiteit. Een patiënt is een mens om van te houden als ieder ander, maar of
dat nou met alle stress van samenwonen onder één dak en met kinderen gepaard
moet gaan, dat is de vraag. Toch gaf ze me nu in haar verhaal gelijk, hoeveel
verdriet ze er ook van had gehad. Dat vind ik groots! Dat deed me goed. Ook in
deze verhalen komt agressie en angst voor geweld voor. Maar in de samenvatting
van de overeenkomsten in de verhalen achter in het boekje ontbrak het als
onderwerp. Over geweld in het gezin wordt liever niet gepraat. Over wat het
betekent voor het individuele gezinslid valt slechts tussen de regels door iets
op te maken. Een kind gaat wel erg jong de deur uit, een broer of zus kiest het
hazenpad.
Hoop en verdriet
Elk verhaal is aangrijpend. Soms vol verdriet maar vaak ook vol hoop
met veel vertrouwen in een betere toekomst. Voor lezers die met de ziekte
geconfronteerd zijn is er voor ieder wel een herkenningspunt te vinden. Ook
voor mij. Zo bevestigde het verhaal van de psychiater mijn idee dat mijn moeder
van 92 last had van wanen, van een lichte psychose, terwijl de verzorging hij
hoog en bij laag beweerde dat ze dementeerde. Zij wisten niet dat bij bejaarden
wanen kunnen voorkomen, bijvoorbeeld bij ernstige slechtziendheid zoals bij
mijn moeder, of door de latente kwetsbaarheid voor schizofrenie zoals deze
psychiater vertelt. De kwetsbaarheid was dan wel altijd aanwezig maar kwam niet
tot een psychose omdat de levensomstandigheden daar geen aanleiding toe gaven.
Voor hulpverleners bieden de verhalen een bron van informatie om de eigen
kennis over de ziekte en wat die aan kan richten aan te vullen of te verdiepen.
De kennis over wat de ziekte aanricht bij de omringende gezinsleden is bij de
hulpverlening nog al te vaak uiterst summier. Door dit gebrek aan kennis doen
ze ook hun eigen mogelijkheden tot goede hulpverlening te kort. Dit boekje kan
uitkomst bieden. Korte verhalen, begrijpelijke taal. Ervaringen van psychiater,
patiënt, ouders, partners en broer en zussen in vele fasen van het leven. Een
literatuurlijst en belangrijke adressen. Het boek draagt bij aan het opheffen
van het taboe op schizofrenie. Het gebruikelijke excuus van de hulpverlening
dat-ie het niet geweten heeft, hoeven we niet meer te pikken! Dit boekje hoort
in de broekzak van elke hulpverlener.
Liesbeth Gerris
naar boven
|