Recensie in "Tussentijds"

"Tussentijds" is het orgaan van de Vereniging voor Geestelijk Werkers "Albert
Camus".
In de uitgave van december 2004 verscheen de volgende recensie:
Dit nieuwe boek van Cornelie van Well bevat zestien biografieën van mensen die
aan den lijve ondervonden hebben wat existentiële dialectiek is: het diepe dal
van de ellende dat ligt vóór de top van de innerlijke verrijking. Het zijn
levensverhalen met diep insnijdende gebeurtenissen. Het gaat over mensen die
een bijzondere last in hun privé-leven te dragen hebben gekregen.
Die lasten variëren van o.a. kanker, aids, drugs- of alcoholverslaving, tot
vluchteling, verwaarloosd of gevangen zijn, slachtoffer van zinloos geweld,
ontvoerd en uitgehuwelijkt worden.
Het zijn stuk voor stuk verhalen van mensen die, hoewel ze geen invloed op hun
ingrijpende levenservaring hadden, zich toch geen slachtoffer zijn blijven
voelen, maar, vaak met hulp van anderen maar op de eerste plaats door te
vertrouwen op eigen kracht in plaats van machteloos toe te kijken, daar
uiteindelijk een bijzonder succes in hun leven van wisten te maken.
Dit proces van innerlijke transformatie kan men – overdrachtelijk - vergelijken
met de ambitie van vroegmiddeleeuwse alchemisten: een onedele materie, zoals
lood, omzetten in het edelmetaal goud.
Alleen is dat, voor zover we weten, nooit gelukt. De zestien mensen die in dit
boek hun verhaal vertellen, is het wèl gelukt. Zij hebben hun loden ervaringen
om kunnen zetten in goud. Dat stemt tot optimisme. In de verhalen kan men lezen
dat het veel bevrediging geeft om je te realiseren dat de vaak heftige en
moeizame ervaringen van het verleden op een positieve manier te gebruiken zijn
om daarmee anderen tot steun te kunnen zijn.
Hiervoor is kracht en moed nodig. De personen die hun verhaal vertellen, hebben
dat. Zij zijn niet zielig en houden de regie in eigen handen. Maar er is meer
nodig om van lood goud te kunnen maken, namelijk sociale ondersteuning. Steun
die erop gericht is dat de ander zich krachtig kan voelen. Helaas mankeert het
in onze samenleving hier nog wel eens aan.
Wat heb ik ervaren bij het lezen van dit boek? Vragen als: “hoe is het mogelijk”
en “waar halen ze het vandaan”, vergezeld van een gevoel van bewondering en
respect voor de moed en kracht van de hoofdpersoon, voeren de boventoon.
Maar daarnaast moet ik ook denken aan de zovele mensen die het niet gelukt is.
Ik heb het vaak meegemaakt bij mijn werk in de psychiatrie.
Zij waren waarschijnlijk dus niet moedig en krachtig genoeg. Of hadden niet de
sociale ondersteuning die nodig was om van hun lood goud te kunnen maken. Het
stemt zeker tot nadenken over wat je eigen rol als hulpverlener hierin kan
betekenen.
Net als in haar vorige ‘interview-boek’: ‘Diagnose schizofrenie’ (besproken in
Synthese nr.4), wordt de lezer aangeraakt door de empathie en deskundigheid van
de auteur. Zij laat de vertellers in hun waarde en eigenheid tot de lezer
komen, is niet tussen de regels door, zelf aan het woord, maar geeft wel
nuttige informatie in de vorm van noten en, achterin, relevante adressen van
verenigingen, e.d.
Kortom: een boek om achter elkaar uit te lezen en een boek om over na te denken!
Hester Stafleu
inhoud naar boven
|